COVID-19 : pour une obligation vaccinale professionnelle appropriée, qui se fonde sur une analyse de risques par le médecin du travail
Actueel 05 oktober 2021

COVID-19 : pour une obligation vaccinale professionnelle appropriée, qui se fonde sur une analyse de risques par le médecin du travail

Het Covid Safe Ticket: verplicht of facultatief, in bepaalde regio’s en niet in andere, voor sommige maar niet voor alle activiteiten? En wat met een algemene verplichte vaccinatie vanaf een bepaalde leeftijd, of een gerichte vaccinatieverplichting voor bepaalde doelgroepen en/of beroepen? De voorbije weken vlogen de adviezen en (voorgestelde) maatregelen van de verschillende experten en overheden in België ons van alle kanten om de oren. Het doel is nog steeds de bestrijding van het COVID-19-virus, om te vermijden dat we de komende maanden een nieuwe opflakkering van de pandemie krijgen. Met alle bijbehorende onzekerheden, debatten, spanningen, tegenstellingen en toepassingsmoeilijkheden in onze maatschappij.

Nochtans bestaat er een vrij voor de hand liggende maatregel waarover niet veel wordt gepraat. Die bewijst al tientallen jaren zijn nut in de strijd tegen andere ziektes – zonder vurige debatten te veroorzaken – en zou al een groot aantal infectieketens kunnen vermijden, vooral wanneer het gaat over de doelgroepen die het grootste risico lopen. We hebben het over een verplichte vaccinatie in het kader van het werk, op basis van een risicoanalyse door de arbeidsarts.

Eigenlijk is het een maatregel voor de volksgezondheid, bedoeld om werkne(e)m(st)ers, en daardoor ook de mensen in hun persoonlijke en professionele omgeving, te beschermen (tegen ernstige vormen van de ziekte). Dat is ook het standpunt van de Nationale Orde der artsen in haar advies van 24 september 2021, dat overeenstemt met het gemeenschappelijk advies van 19 juli 2021 van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België en de Académie royale de Médecine de Belgique.

Laat ons hepatitis B als voorbeeld nemen: vaccinatie tegen die ziekte is tegenwoordig verplicht voor zorgpersoneel en ziekenhuispersoneel, op grond van boek VII (biologische agentia) van de codex over het welzijn op het werk. Hepatitis B verspreidt zich nochtans niet via druppeltjes in de lucht en is dus minder besmettelijk dan COVID. Alle werkne(e)m(st)ers van de eerder vermelde sectoren moeten dus worden gevaccineerd door hun dienst voor arbeidsgeneeskunde. Gebeurt dat niet, dan wordt hun de bevoegdheid om hun functie uit te oefenen, geweigerd. Hetzelfde geldt voor vaccinatie tegen tetanus of de vaccinatie die nodig is voor bepaalde professionele reizen: ook die zijn verplicht voor bepaalde beroepsgroepen.

Als arbeidsartsen pleiten wij er dus voor om ons ook in het geval van COVID datgene te laten doen waarvoor we werden opgeleid, datgene dat we dagelijks doen, namelijk op basis van een risicoanalyse bepalen welke profielen moeten worden beschermd tegen COVID, zodat die personen hun beroep kunnen uitoefenen zonder risico voor zichzelf of anderen. In het kader daarvan pleiten we ervoor om de vaccinatie tegen COVID verplicht te maken voor beroepen die zelf sterk worden blootgesteld of die een verzwakte doelgroep dreigen bloot te stellen aan het risico op besmetting. Concreet staan wij positief tegenover een verplichte vaccinatie voor alle professionals die actief zijn in de gezondheidszorg en in de zogenaamde "essentiële" dienstverlening, of die een hoog risico lopen op besmetting tijdens deze crisis. Dat zijn volgens ons alle beroepen uit de zorgsector die een nauw contact hebben met zieke en kwetsbare personen, inclusief de thuiszorg, gezins- en huishoudhulpen, politie- en hulpverleningsdiensten, niet-medische contactberoepen (zoals kinderverzorg(st)ers, bepaalde leerkrachten en docenten die de veiligheidsafstanden niet kunnen naleven, kappers en kapsters, schoonheidsspecialisten en personen die in de horeca werken).

Onze sector, de sector van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, zou zorgen voor de vaccinatie, net zoals we dagelijks ook andere vaccinaties opvolgen (hepatitis A, hepatitis B, kinkhoest, tetanus, enz.).

Uiteraard moeten we van deze maatregel geen wonderen verwachten: hij zal enkel een effect hebben op de loontrekkende werkne(e)m(st)ers (alleen zij zijn onderworpen aan de beschermende maatregelen voor werkne(e)m(st)ers in België) en zal natuurlijk niet elke kans op besmetting doen verdwijnen. De verdienste van de maatregel zou echter zijn dat die duidelijk en objectief is en past binnen een reeds beproefde procedure. Bovendien zou hij (momenteel) gedeeltelijk passen binnen de geest van de codex over het welzijn op het werk, die verduidelijkt dat het medisch toezicht van de werkne(e)m(st)ers (inclusief de verplichte of aanbevolen vaccinatie tegen bepaalde ziektes) plaatsvindt met het oog op de bescherming van de werkne(e)m(st)ers zelf, maar ook van hun collega’s en werkne(e)m(st)ers van andere bedrijven.

Volgens ons ontbreekt er echter nog een derde belangrijke overweging, namelijk de bescherming van de patiënten of kwetsbare personen die in contact komen met de werkne(e)m(st)er. In de praktijk gebruiken de arbeidsartsen dat argument nochtans al om te bepalen of een werkne(e)m(st)er geschikt is om zijn (of haar) werk uit te voeren. Het betreft een uitgebreide geschiktheid van de werkne(e)m(st)er, op basis van de beoordeling van het risico dat de werkne(e)m(st)er zelf kan vormen voor andere personen, dus niet alleen met het oog op de bescherming van de gezondheid van de werkne(e)m(st)er zelf tegen de risico’s van zijn (of haar) beroep. Op dezelfde manier denkt de arbeidsarts bijvoorbeeld ook reeds na over de arbeidsgeschiktheid van een kinderverzorg(st)er die zijn (of haar) gezichtsvermogen voor een groot deel is verloren, of over de geschiktheid van een verpleegkundige die lijdt aan een ernstige vorm van hepatitis B of C, of bij wie het begin van dementie werd vastgesteld.

De codex over het welzijn zou die grote maatschappelijke evoluties moeten volgen en zich eraan moeten aanpassen. Wij pleiten ervoor dat dit zo spoedig mogelijk gebeurt en dat de bescherming tegen COVID (reeds vermeld op de lijst van de biologische agentia) wordt opgenomen in het hoofdstuk over de verplichte vaccinaties voor bepaalde werkne(e)m(st)ers.

We zijn ervan overtuigd dat het voorzien in die gerichte vaccinatieverplichting voor bepaalde beroepen, op basis van de codex over het welzijn op het werk, als oplossing wordt ingegeven door het gezond verstand. COVID is immers veel besmettelijker dan andere ziektes waarvoor de vaccinatie al tientallen jaren verplicht is, zonder dat dit fundamentele vragen opwerpt bij alle mensen die zich aan die vaccinaties onderwerpen om hun beroep te kunnen uitoefenen in alle veiligheid, voor henzelf én voor de personen met wie ze dagelijks in contact komen.

Voor Cohezio,

Olivier Legrand, Afgevaardigd bestuurder

Dr. Evelyne Kerger, Algemeen directeur

Dr. Eddie De Block, Medisch directeur

Dr. Mathieu Versée, Wetenschappelijk directeur

Dr. Pascal Liénard, Medical Manager