5 december 2025
Een antwoord bieden op de angsten van de werknemers over de komst van kunstmatige intelligentie (AI) op het werk is cruciaal voor een succesvolle en ethische overgang.
Werkgevers spelen een centrale rol in het verlichten van deze zorgen en het ondersteunen van hun teams. Hier volgen enkele maatregelen die genomen kunnen worden:

Een van de eerste reacties op angst is zingeving. Werknemers moeten begrijpen waarom het bedrijf AI integreert en hoe dit past in een positieve toekomstvisie. Duidelijke, oprechte en regelmatige communicatie is essentieel. Het gaat er niet om te beloven dat alles goed zal gaan, maar om de verwachte voordelen uit te leggen: betere kwaliteit, minder repetitieve taken en een tijdsbesparing zodat je je kan concentreren op opdrachten met een grotere menselijke waarde.
Ondersteuning houdt noodzakelijkerwijs opleiding in. Angst komt vaak voort uit het onbekende, en inzicht in AI en haar grenzen en mogelijkheden, helpt om het te demystificeren. Organisaties moeten toegankelijke en praktische opleidingen aanbieden, aangepast aan elk vaardigheidsniveau, en een gedeelde AI-cultuur aanmoedigen waarbij iedereen een speler wordt van de verandering in plaats van enkel een toeschouwer.
Het opleggen van technologie “van bovenaf” voedt weerstand. Omgekeerd verhoogt het vanaf het begin betrekken van werknemers het draagvlak. Het is essentieel om een co-constructiedynamiek te creëren: feedback verzamelen van teams, oplossingen testen in pilootgroepen en feedback gebruiken om het gebruik aan te passen.
Kunstmatige intelligentie levert gegevens en een geheugen dat nooit moe wordt. Het blinkt uit in snelheid, precisie en logica. Mensen daarentegen blinken uit in intuïtie, creativiteit, verbeelding en empathie. Het vermogen van mensen en AI om echt samen te werken zal gebaseerd zijn op onze respectievelijke sterke en zwakke punten. Het is een echt partnerschap, alsof de linker- en rechterhersenhelft weer met elkaar leren communiceren. Managers moeten daarom de opdrachten herzien in termen van hoe ze elkaar aanvullen, AI-mens koppelingen ontwerpen en de waarde van soft skills vergroten, die nu de kern van de prestaties vormen.
Bezorgdheid over buitensporig toezicht door AI-systemen kan een klimaat van wantrouwen creëren. Werkgevers moeten het gebruik van intrusieve technologie vermijden en zorgen voor een ethisch verantwoord gebruik van AI.
Hoewel AI een uitstekend hulpmiddel kan zijn, blijft menselijke ondersteuning essentieel voor een soepele transitie. Dit omvat zowel emotionele steun als loopbaanondersteuning voor werknemers die mogelijk worden getroffen door AI.
Werkgevers moeten ook rekening houden met de sociale gevolgen van de invoering van AI, met name wat betreft loonongelijkheid en de gevolgen voor de kwaliteit van het werk.
Om de angst voor monotonie en vervanging tegen te gaan, kunnen werkgevers het gebruik van AI aanmoedigen als tool om creativiteit en innovatie te stimuleren.
Artificiële intelligentie verandert met een ongekende snelheid de manier waarop we werken. De berzorgdheid van werknemers is legitiem: ze drukken de angst uit om zingeving, controle of erkenning te verliezen. Maar de geschiedenis van de grote technologische revoluties laat zien dat mensen uiteindelijk altijd weer de touwtjes in handen hebben, mits ze worden ondersteund, opgeleid en gewaardeerd.
Om ervoor te zorgen dat AI echt bijdraagt aan het welzijn op het werk, zijn drie voorwaarden essentieel: transparantie, opleiding en menselijkheid. Artificiële intelligentie zou dus wel eens een kans kunnen zijn om, in plaats van de zingeving van werk teniet te doen, de kernwaarde van werk opnieuw uit te vinden: die van een ruimte voor expressie, samenwerking en menselijke ontplooiing.