3 april 2026
Bijna zestig jaar na de introductie van het concept is burn-out actueler dan ooit. Digitalisering, prestatiedruk en de veelzijdige rollen die mensen zowel thuis als op het werk opnemen, maken dat mentale uitputting op de loer ligt. Toch blijft het voor veel werkgevers en leidinggevenden een moeilijk bespreekbaar thema.
Burn-out is niet simpelweg ‘heel moe zijn’. Volgens de meest recente definitie (Desart, Schaufeli & De Witte, 2017) onderscheiden we kernsymptomen en secundaire symptomen.
De drie kernsymptomen zijn uitputting, emotionele ontregeling en cognitieve ontregeling.
Daarnaast kunnen secundaire symptomen optreden: piekeren, slaapproblemen, gespannen gevoel, maagdarmklachten, hartkloppingen of depressieve gevoelens zoals somberheid, schuldgevoel en machteloosheid.
Belangrijk om weten is ook dat wie burn-outklachten heeft, niet automatisch depressief is. De grens is vaag en vereist beoordeling door een deskundige arts.
Burn-out is altijd werkgerelateerd! Doorgaans werkt iemand lange tijd productief zonder zichtbare problemen. Maar ondertussen stapelen belastende factoren zich op: te hoge werkdruk, rolonduidelijkheid, gebrek aan autonomie of onvoldoende steun van collega’s. Als die druk te lang aanhoudt zonder tegengewicht, raakt het systeem uitgeput.
Problemen in het privéleven, zoals zorgtaken, conflicten, persoonlijke tegenslag, enzovoort, kunnen dat proces versterken, maar zijn niet de oorzaak.
Met als gevolg dat de persoon zich mentaal terugtrekt en contact met collega’s of klanten vermijdt. Een begrijpelijke reactie, maar een die de situatie vaak verergert, want het isolement groeit en stress neemt toe.

Leidinggevenden spelen een sleutelrol, zowel in preventie als in vroege interventie.
Signalen opvangen
Wees aanwezig. Toon interesse. Leer je medewerkers kennen, niet oppervlakkig, maar echt. Wie zijn mensen kent, merkt sneller wanneer iets verandert.
Het gesprek aangaan
Wanneer je signalen herkent, benoem ze concreet. Zeg wat je ziet, vraag of de medewerker het herkent en of het werk daarin een rol speelt. Spreek vanuit bezorgdheid, niet vanuit beoordeling. Bijvoorbeeld: “Ik zeg je dit omdat ik bezorgd ben over hoe het met je gaat, en omdat ik wil dat je werk goed opgevolgd blijft.”
Laat de eerste reactie (verontwaardiging, verdriet, boosheid) er gewoon zijn. Luister en geef erkenning.
Samen zoeken naar oplossingen
Breng samen de belastende en de ondersteunende factoren in kaart. Bespreek wat haalbaar is binnen de bedrijfscontext. Maak een concreet plan: wie doet wat, wanneer? Spreek een opvolgmoment af.
Als het breder gaat
Vertonen meerdere medewerkers signalen van burn-out? Dan is individueel ingrijpen niet genoeg. Vraag een specifieke psychosociale risicoanalyse aan. Organiseer sensibilisatiesessies en reflecteer over je leiderschapsstijl.
De wet verplicht werkgevers om psychosociale risico’s in kaart te brengen, dit via een psychosociale risicoanalyse die arbeidsorganisatie, arbeidsinhoud, arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en interpersoonlijke relaties op het werk omvat.
Bij Cohezio kunnen werkgevers daarvoor rekenen op ARIPSO, onze gevalideerde tool voor psychosociale risicoanalyse. Die brengt niet alleen burn-outrisico’s in beeld, maar meet ook het positieve tegenwicht: bevlogenheid.
Preventieve maatregelen moeten minstens jaarlijks geëvalueerd worden, of telkens wanneer de blootstelling aan psychosociale risico’s wijzigt.
Andere acties die werkgevers kunnen nemen: sensibilisatie over veerkracht en stress, aanstelling van voldoende vertrouwenspersoon, gezondheidsbevorderende initiatieven, heldere interne procedures en een re-integratietraject voor wie uitgevallen is.
Neem contact op met je preventieadviseur psychosociale aspecten bij Cohezio voor begeleiding op maat.
Artikel door Carelle Bondroit, Process manager – Psychosocial Risk Management bij Cohezio
Wil je jezelf of je team verder versterken rond dit thema? Bekijk ons opleidingsaanbod rond burn-out op baoacademy.be.