26 juni 2026
25.000 aanvragen voor psychosociale hulp op het werk in 2025: een record in België
Persbericht Werknemers zoeken steeds meer ondersteuning, terwijl informele oplossingen hun vruchten blijven afwerpen.
Onze huidige werkvormen maken het veel gemakkelijker om contact te houden, of het nu gaat om digitalisering, waardoor we altijd bereikbaar en flexibel zijn, telewerken, waardoor we vanaf elke locatie kunnen werken, of globalisering, die samenwerking bevordert tussen mensen die zich soms in verschillende tijdzones bevinden.
De Europese richtlijn inzake loontransparantie zou op 7 juni 2026 in werking moeten treden. Dit betekent dat alle lidstaten van de Europese Unie deze richtlijn vanaf die datum in hun nationale wetgeving hadden moeten omzetten. Net als veel andere lidstaten zal België echter niet klaar zijn en heeft het om een uitstel van zes maanden gevraagd om de richtlijn toe te passen, zonder dat daar sancties aan verbonden zijn. Maar wat zouden de niet te verwaarlozen psychosociale gevolgen van deze nieuwe richtlijn voor werknemers kunnen zijn? We geven u een kort overzicht om u zo goed mogelijk voor te bereiden op deze hervorming.
De fietsgolf op Belgische wegen is geen toeval. Natuurlijk speelt ons statuut als koersland een rol, de successen van Belgische toppers zetten velen letterlijk in beweging. Maar er zit meer achter. Steeds meer werknemers maken bewust de keuze om met de fiets naar het werk te pendelen.
Bijna zestig jaar na de introductie van het concept is burn-out actueler dan ooit. Digitalisering, prestatiedruk en de veelzijdige rollen die mensen zowel thuis als op het werk opnemen, maken dat mentale uitputting op de loer ligt. Toch blijft het voor veel werkgevers en leidinggevenden een moeilijk bespreekbaar thema.
Twee keer per jaar verandert de omschakeling naar zomertijd of wintertijd ons tijdsgevoel.
“Op mijn werk gaat alles goed, en toch… Ik heb de indruk dat er al een tijdje iets niet helemaal klopt. Het is niet zo dat ik te veel werk heb, of te weinig. Dat is het probleem niet. Nee, het heeft eerder te maken met de inhoud, want ik kan mezelf er niet meer in terugvinden. Het werk heeft voor mij geen zin. Het past niet meer bij me. Ik ben al mijn motivatie kwijtgeraakt. Ik voel me enkel nog “uitvoerder”, want het werk moet nu eenmaal gebeuren, maar daar stopt het ook.”