back-arrow 8 september 2026

Asbest: een hervorming die de preventie aanscherpt en de praktijken verandert

Asbest blijft een groot risico voor de gezondheid op het werk. Hoewel het gebruik ervan al vele jaren verboden is, is het nog steeds aanwezig in tal van gebouwen, installaties en materialen. Werknemers kunnen er dus nog altijd aan worden blootgesteld tijdens onderhouds-, renovatie-, sloop-, reinigings- of verwijderingswerken.

In deze context wijzigt het koninklijk besluit van 19 december 2025 de Codex over het welzijn op het werk wat asbest betreft. Deze tekst zet Richtlijn (EU) 2023/2668 om in Belgisch recht. Die richtlijn versterkt de bescherming van werknemers tegen de risico’s gekoppeld aan de blootstelling aan asbest. Het gaat dus niet om een louter technische aanpassing, maar om een belangrijke verandering in de manier waarop de blootstelling wordt beoordeeld, gemeten en voorkomen.

Een striktere logica: werknemers beter beschermen

De strekking van de hervorming is duidelijk: het beschermingsniveau van werknemers moet omhoog. Tot nu toe konden bepaalde specifieke asbestregels afzonderlijk van de algemene regels voor kankerverwekkende, mutagene en voor de voortplanting giftige agentia worden toegepast. De nieuwe tekst keert deze logica om: wanneer de algemene regels een betere bescherming bieden, moet er ook met die regels rekening gehouden worden.

Concreet betekent dit dat een werkgever zich niet kan beperken tot de toepassing van de specifieke asbestregel wanneer een andere bepaling van de Codex over het welzijn op het werk de werknemers beter beschermt. De hoogste beschermingsgraad moet primeren.

Een sterk verlaagde grenswaarde

De meest opvallende verandering betreft de grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling. Deze waarde bepaalt de maximale concentratie asbestvezels waaraan een werknemer mag worden blootgesteld, berekend over een gemiddelde van acht uur.

De grenswaarde wordt geleidelijk verlaagd. Eerst tot 0,01 vezel per cm³. Vanaf 21 december 2029 wordt ze verder verlaagd tot 0,002 vezel per cm³. Deze aanzienlijke verlaging verplicht werkgevers, preventieadviseurs, laboratoria en asbestverwijderingsbedrijven om hun werkmethoden, uitrusting en controleprocedures aan te passen.

Een ander gevolg is dat voor chrysotiel niet langer een afzonderlijke grenswaarde geldt. Alle soorten asbest vallen voortaan onder één enkele waarde. De actiedrempels worden niet langer als vaste cijfers geformuleerd, maar als een fractie van de grenswaarde. Ze zullen dus automatisch mee-evolueren wanneer de grenswaarde wordt verlaagd.

Elektronenmicroscopie wordt de nieuwe referentiemethode

De hervorming wijzigt ook de manier waarop asbestvezels worden gemeten. Met de optische microscopie die tot nu toe werd gebruikt, is het niet mogelijk om de fijnste vezels en bepaalde korte vezels voldoende nauwkeurig te detecteren. Ze volstaat daarom niet langer om na te gaan of zo’n lage grenswaarde wordt nageleefd.

Vanaf 21 december 2027 moeten metingen uitsluitend uitgevoerd worden met behulp van elektronenmicroscopie, een performantere techniek. Met deze methode kunnen niet alleen fijne vezels worden gedetecteerd, maar kan ook de aard van de getelde vezels worden bepaald. Zo wordt meer bepaald voorkomen dat bepaalde niet-asbesthoudende vezels, zoals synthetische textielvezels, ten onrechte als asbestvezels worden meegeteld.

Ook de laboratoria zullen hun accreditatie aan deze nieuwe methode moeten aanpassen. Deze ontwikkeling zal grote praktische gevolgen hebben: de analyses zullen nauwkeuriger zijn, maar wellicht ook duurder en tijdrovender.

Verwijderen veeleer dan beheren

Een andere fundamentele verandering: het verwijderen van asbesthoudende materialen wordt de prioriteit. Inkapseling, fixatie, onderhoud of herstelling blijven mogelijk, maar alleen als tijdelijke maatregel en onder bepaalde voorwaarden.

Deze oplossingen kunnen alleen worden overwogen als uit de risicoanalyse blijkt dat ze in afwachting van de verwijdering een betere bescherming bieden en als ze de latere verwijdering niet bemoeilijken. Anders gezegd: de hervorming maakt een einde aan een aanpak waarbij aanwezig asbest duurzaam wordt beheerd. De geleidelijke verwijdering van het risico wordt dé referentieoplossing. Beswic bevestigt dat bij het beheer van asbest op arbeidsplaatsen voortaan uitdrukkelijk voorrang wordt gegeven aan verwijdering.

Drie regelingen voor bedrijven die asbest verwijderen

De hervorming herstructureert ook de regels die van toepassing zijn op bedrijven die asbestverwijderingswerken uitvoeren.

De eerste regeling blijft die van de ministeriële erkenning. Die geldt voor bedrijven die alle types van werken uitvoeren, met inbegrip van complexere technieken zoals de hermetisch afgesloten zone of de couveusezak.

Een tweede regeling wordt ingevoerd voor bedrijven die op een lijst zijn ingeschreven. Deze regeling is bedoeld voor eenvoudige behandelingen die bij derden worden uitgevoerd. Deze bedrijven moeten hun activiteit melden aan de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid en worden vervolgens opgenomen op de website van de FOD Werkgelegenheid.

Een derde, beperktere regeling betreft eenvoudige behandelingen die uitsluitend binnen het eigen bedrijf worden uitgevoerd. In dat geval mag het bedrijf niet bij derden tussenkomen.

Ook al voeren deze regelingen een zekere gradatie in, toch leiden ze niet tot een algemene versoepeling. De verplichtingen blijven strikt van toepassing: basisopleiding, bijscholing, een verbod op uitzendarbeid voor bepaalde activiteiten, controle van onderaannemers en validering van de werkmethoden aan de hand van metingen.

De opleiding wordt meer gestructureerd

Ook de opleiding van werknemers wordt aangescherpt. Iedereen die aan asbest wordt blootgesteld of eraan kan worden blootgesteld, moet vóór de eerste blootstelling een algemene, theorie- en praktijkopleiding krijgen. Deze opleiding moet vervolgens elk jaar worden herhaald.

Voor werknemers die instaan voor de afbraak of verwijdering van asbest zijn de vereisten specifieker. De basisopleiding duurt 32 uur voor verwijderaars en werfleiders. Voor uitsluitend eenvoudige behandelingen wordt de opleiding beperkt tot 8 uur. Een jaarlijkse bijscholing van 8 uur is verplicht en moet een module over ademhalingsbescherming omvatten.

De opleiding moet een uitvoerig praktijkgedeelte omvatten, in gesimuleerde omstandigheden, zonder gebruik van echt asbest. De opleiding wordt afgesloten met een evaluatie en resulteert in een attest op naam. Zonder jaarlijkse bijscholing mag de werknemer deze werken niet langer uitvoeren tot hij de basisopleiding opnieuw gevolgd heeft.

Ademhalingsbescherming beter omkaderd

De hervorming legt ook een striktere regeling voor ademhalingsbeschermingsmiddelen op. De werkgever moet erop toezien dat deze uitrusting individueel wordt aangepast aan de werknemers.

Jaarlijkse fit tests zijn voortaan verplicht om na te gaan of het toestel goed aansluit op het gezicht van de werknemer. Vóór elk gebruik moet bovendien een fit check worden uitgevoerd. Het doel is eenvoudig: een masker beschermt enkel als het goed is aangepast, correct wordt gedragen en  wordt gecontroleerd.

Inventaris, meldingen en gezondheidstoezicht

De hervorming omvat nog verschillende andere wijzigingen.

De asbestinventaris moet worden opgesteld of uitgebreid door een deskundige in asbestinventarissen, volgens een model dat door de FOD Werkgelegenheid is opgesteld (Asbest en asbestverwijderaars | FOD Werkgelegenheid – Arbeid en Sociaal Overleg). Bestaande inventarissen blijven evenwel geldig en moeten nog steeds jaarlijks worden geactualiseerd.

Ter herinnering: wanneer uit de inventaris blijkt dat er asbest aanwezig is, blijven het beheersplan en de informatieverstrekking aan de werknemers van toepassing.

Ook de meldingsprocedure voor werken wordt duidelijker gepreciseerd, met een officieel formulier en aangepaste termijnen. De FOD Werkgelegenheid vermeldt onder meer de invoering van kwaliteitseisen voor de personen verantwoordelijk voor de inventaris en de nadere omschrijving van de meldingsprocedure voor werken.

Ook het gezondheidstoezicht wordt uitgebreid. Er worden nieuwe asbestgerelateerde aandoeningen toegevoegd, waaronder gastro-intestinale kanker, eierstokkanker en niet-maligne pleurale aandoeningen. Bij het medisch onderzoek moet voortaan ook worden nagegaan of de werknemer geschikt is om een ademhalingsbeschermingsmiddel te dragen.

Heb je een praktische vraag over asbest, de inventaris, metingen, verwijdering of opleiding? De FOD Werkgelegenheid bundelt de meest gestelde vragen in een specifieke FAQ. En je preventieadviseur van Cohezio kan je begeleiden om deze verplichtingen concreet op je werkvloer te vertalen.

Voor te bereiden planning

Verschillende deadlines verdienen de aandacht van werkgevers, preventieadviseurs, interne en externe diensten, laboratoria en asbestverwijderingsbedrijven.

De grenswaarde wordt geleidelijk verlaagd. Vanaf 21 december 2027 wordt elektronenmicroscopie de enige toegestane methode. De laboratoria moeten uiterlijk op 20 december 2029 voor de nieuwe methode geaccrediteerd zijn. Vanaf 21 december 2029 geldt de definitieve grenswaarde van 0,002 vezel per cm³.

Deze data lijken misschien nog ver weg, maar de vereiste aanpassingen zijn ingrijpend. De aanpassingen betreffen de inventarissen, de risicoanalyses, de opleidingen, de beschermingsmiddelen, de werkmethoden, de contracten met de laboratoria en de keuze van gespecialiseerde bedrijven.

Welke gevolgen voor organisaties?

Voor preventieadviseurs betekent de hervorming dat ze de risicoanalyse voor asbest moeten herzien, de inventaris moeten aanpassen, moeten nagaan of de opleidingen voldoen en het toezicht op de ademhalingsbeschermingsmiddelen moeten organiseren.

Voor arbeidsartsen versterkt de hervorming hun rol bij het gezondheidstoezicht, de beoordeling van de geschiktheid om een ademhalingsbeschermingsmiddel te dragen en het advies over de opleidingsprogramma’s.

Voor asbestverwijderingsbedrijven betekent de hervorming dat ze moeten nagaan onder welke regeling hun activiteiten vallen, de werknemers correct moeten opleiden, de onderaannemers moeten controleren en op de strengere eisen van 2027 en 2029 moeten anticiperen.

Voor gebouwbeheerders en opdrachtgevers is de boodschap duidelijk: asbest kan niet langer worden beschouwd als een risico dat eenvoudigweg in de tijd moet worden beheerd. Verwijdering wordt de referentieoplossing en tijdelijke maatregelen moeten nog steeds gerechtvaardigd en gedocumenteerd worden en verenigbaar zijn met latere verwijdering.

Een technische, maar bovenal preventieve hervorming

De nieuwe regelgeving inzake asbest is omvangrijk en technisch. Maar het doel is eenvoudig: de blootstelling van werknemers verminderen en de preventie in elke fase versterken. De hervorming verlaagt de grenswaarde aanzienlijk, legt een nauwkeurigere meetmethode op, geeft prioriteit aan verwijdering, professionaliseert de opleidingen en zorgt voor een betere omkadering van de beschermingsmiddelen.

Voor organisaties komt het er dus niet alleen op aan om zich te conformeren. De manier waarop ze het asbestrisico identificeren, plannen en beheersen moet herzien worden. Hoe eerder de nodige aanpassingen worden voorbereid, hoe beter de overgang naar de nieuwe vereisten kan worden beheerst.

Anne-Gaëlle Benoit

Preventieadviseur veiligheid niveau 1 en arbeidshygiëne bij Cohezio