3 april 2026
Wie langere tijd arbeidsongeschikt is, krijgt vroeg of laat te maken met vragen over werkhervatting. Kan iemand terugkeren naar de oude job? Is aangepast werk mogelijk? En wie zet de eerste stap? Het formele re-integratieonderzoek moet daar duidelijkheid over geven. Sinds 2026 gelden daarbij enkele nieuwe regels. We zetten op een heldere manier op een rij wat dat betekent voor werknemers en werkgevers.
Wie arbeidsongeschikt is, krijgt vandaag sneller informatie over de hulp die mogelijk is tijdens de afwezigheid. Werkgever en werknemer moeten contact houden, en na vier weken arbeidsongeschiktheid stuurt Cohezio een brief met uitleg over de verschillende vormen van ondersteuning.
Daarin komen drie mogelijkheden aan bod:
Dat laatste is de meest officiële procedure. Ze volgt vaste regels en brengt verplichtingen mee voor zowel werknemer als werkgever.
Een formeel re-integratieonderzoek kan worden aangevraagd door de werknemer zelf. Ook de behandelend arts kan dat doen, maar alleen als de werknemer daarmee instemt. Dat kan op elk moment tijdens de arbeidsongeschiktheid.
Ook de werkgever kan een aanvraag doen. Dat kan eveneens op elk moment, maar alleen als de werknemer uitdrukkelijk akkoord gaat. Bij de aanvraag moet de werkgever bevestigen dat die toestemming er is, bij voorkeur schriftelijk.
Daarnaast is er nog een tweede mogelijkheid voor de werkgever. Sinds 1 januari 2026 moet bij arbeidsongeschikte werknemers na minstens acht weken worden nagegaan of er sprake is van arbeidspotentieel. Dat betekent: is er nog een mogelijkheid om opnieuw te werken, eventueel in aangepast of ander werk?
De koppeling met arbeidspotentieel is een belangrijke wijziging. De bedoeling is om beter in te schatten of een formeel traject op dat moment al zinvol is.
Blijkt dat de werknemer arbeidspotentieel heeft, dan kan de werkgever eerst kiezen voor een informele re-integratie. Dat is een gesprek of bezoek zonder formele verplichtingen, bedoeld om te bekijken wat haalbaar is en waar de drempels zitten.
Heeft de werknemer na zes maanden nog altijd het werk niet hervat, ondanks eerdere contacten of een informele poging tot werkhervatting? Dan moet een werkgever met twintig of meer werknemers een formeel re-integratieonderzoek aanvragen.
Die wijziging komt er niet toevallig. In het vorige systeem bleek dat werkgevers soms een formeel traject opstartten op een moment dat een echte beoordeling nog te vroeg kwam.
Dan volgde vaak een beslissing C. Dat betekent dat een re-integratiebeoordeling om medische redenen voorlopig nog niet mogelijk is. Bijvoorbeeld omdat nog niet duidelijk is of de werknemer tijdelijk of definitief ongeschikt is, of omdat eerst nog behandelingen nodig zijn.
Die beslissing blijft bestaan. Maar door eerst te kijken naar het arbeidspotentieel wordt de kans kleiner dat er een formeel traject wordt gestart zonder reële mogelijkheden op dat moment.
De koppeling met arbeidspotentieel betekent niet dat een formeel traject pas later kan starten.
Werkgever en werknemer mogen nog altijd op elk moment tijdens de arbeidsongeschiktheid een formeel re-integratieonderzoek aanvragen. Voor de werkgever blijft wel de expliciete toestemming van de werknemer nodig.
Soms is het bovendien logisch om nog even te wachten met een beoordeling van het arbeidspotentieel. Als een werknemer bijvoorbeeld zelf laat weten dat een terugkeer naar het werk binnen enkele maanden realistisch is, dan kan dat voldoende zijn om niet meteen verdere stappen te zetten.
Na het formeel re-integratieonderzoek neemt de arbeidsarts een beslissing. Op dit vlak is er niets veranderd en zijn volgende drie beslissingen mogelijk:
Die beslissingen zijn niet nieuw. Wat wel verandert, is dat beslissing C wellicht minder vaak zal voorkomen wanneer vooraf al werd vastgesteld dat er arbeidspotentieel is.
Een echte nieuwigheid zit bij beslissing B.
Wanneer een werknemer definitief ongeschikt wordt verklaard voor het oorspronkelijke werk, moet de preventieadviseur-arbeidsarts voortaan doorverwijzen naar de bevoegde diensten van de Gewesten en Gemeenschappen, zoals VDAB, Actiris of AVIQ.
Die diensten kunnen helpen bij verdere re-integratie op de arbeidsmarkt. Dat kan gaan om opleiding, herscholing of andere vormen van ondersteuning naar werk. Die begeleiding kan nuttig zijn voor een terugkeer bij de huidige werkgever, maar ook voor een nieuwe stap elders.
Bij formele re-integratie is er ook een duidelijke link met de mutualiteit. Die geldt voor werknemers uit de privésector en voor contractuele werknemers bij publieke werkgevers.
De uitnodiging voor het formele re-integratieonderzoek moet voortaan verplicht aangetekend worden verstuurd. In die uitnodiging moet ook staan dat de adviserend arts van de mutualiteit wordt geïnformeerd als de werknemer niet ingaat op de oproep van de arbeidsarts.
Komt de werknemer niet opdagen na twee uitnodigingen, dan moet de arbeidsarts de adviserend arts daarvan op de hoogte brengen, samen met de data van de oproepen.
Gebeurt dat ook na drie uitnodigingen, met telkens minstens veertien kalenderdagen ertussen, dan wordt het traject stopgezet. Cohezio moet dan zowel de werkgever als de adviserend arts informeren.
Dat is niet zonder gevolg. Wie zonder geldige reden niet ingaat op de uitnodigingen, riskeert een sanctie die gevolgen kan hebben voor de ziekte-uitkering.
Het doel is eenvoudig: bekijken hoe een werknemer opnieuw aan de slag kan, wanneer het oorspronkelijke werk tijdelijk of definitief niet meer mogelijk is.
Dat kan op twee manieren:
Dat verschil is groot. Een formeel traject is officieel en brengt verplichtingen mee.
Zo moet de werknemer aangetekend worden uitgenodigd. De arbeidsarts moet een formele beslissing nemen. Bij een beslissing A of B moet de arbeidsarts aanbevelingen formuleren. De werkgever moet daarna een re-integratieplan opstellen, of duidelijk motiveren waarom aangepast of ander werk technisch of objectief niet mogelijk is, of redelijkerwijs niet kan worden gevraagd.
Precies daarom werkt een formeel traject in de praktijk niet altijd beter dan een informele aanpak.
Een informele re-integratie is vertrouwelijker en laagdrempeliger. Ze laat toe om zonder juridische druk te bekijken wat nog mogelijk is. In sommige gevallen volstaat die stap al om een werkhervatting mogelijk te maken, waardoor een formeel traject niet meer nodig is.
De inhoud van het formele re-integratietraject blijft grotendeels dezelfde. De grootste veranderingen zitten in de timing en de procedure.
De werkgever kan het traject nu al aanvragen vanaf dag één van de arbeidsongeschiktheid, op voorwaarde dat de werknemer daarmee uitdrukkelijk instemt. Daarnaast komt er vanaf acht weken arbeidsongeschiktheid een koppeling met het arbeidspotentieel. En voor werkgevers met minstens twintig werknemers geldt in sommige gevallen een verplichting om uiterlijk na zes maanden een formeel traject op te starten.
Nieuw zijn ook de verplichte doorverwijzing naar regionale tewerkstellingsdiensten bij beslissing B, de aangetekende uitnodigingen en de sterkere link met de mutualiteit.
Toch blijft de belangrijkste les dezelfde: formele re-integratie is nuttig, maar niet altijd de beste eerste stap. Omdat het traject zwaar en verplichtend is, loont het vaak om eerst in te zetten op informele re-integratie. Dat geeft werknemer en werkgever meer ruimte om samen te zoeken naar een haalbare terugkeer naar het werk.