16 April 2022
Naarmate we ouder worden – voor sommigen is dit al vanaf veertig jaar – zien we minder scherp op korte afstand. We hebben dan een bril nodig om documenten te kunnen lezen, of zelfs om teksten en andere informatie op ons scherm te bekijken. Meestal kunnen we ons wel behelpen met de typische optische correcties en ons gewone werk blijven uitvoeren. Dankzij de evolutie op het vlak van progressieve glazen is het normaal gesproken mogelijk om scherp te zien op alle afstanden.
In sommige gevallen echter kunnen we zelfs met de gebruikelijke correcties moeilijkheden ondervinden bij het werken op een beeldscherm. We dienen dan eerst en vooral de inrichting van onze werkpost te bekijken. Soms volstaat het al om de hoogte van het scherm aan te passen, zodat het zich binnen de juiste zone bevindt om scherp te zien met onze bril, afhankelijk van de afstand tussen de ogen en het scherm.
Volstaat het voorgaande niet en blijkt uit de resultaten van een oogonderzoek dat dit nodig is, dan moet er een speciale corrigerende bril ter beschikking worden gesteld. Die is specifiek voor het werk en voor rekening van de werkgever. Niet alle brillentypes voor beeldschermwerkers moeten dus worden betaald door de werkgever. In geval van een beginnend probleem met het gezichtsvermogen dient eerst een oogarts te worden geraadpleegd. Zo kan worden nagegaan of er geen ander probleem is dat een behandeling vereist. Een eerste optische correctie wordt voorgeschreven voor “de dagelijkse routine”.
Pas als het werken op een beeldscherm moeilijk blijft ondanks die correctie, betaalt de werkgever voor een speciale bril. Die is specifiek bedoeld voor de uit te voeren taken en moet worden beschouwd als een arbeidsmiddel. Meestal bieden dergelijke brillen een correctie voor tussenafstanden en voor dichtbij (“degressieve glazen”), maar in specifieke situaties kunnen ook andere brillen worden aangeboden.
Preventief dient de werkgever minstens één keer om de vijf jaar een risicoanalyse voor beeldschermwerk uit te voeren en de beeldschermwerkposten moeten aan minimale vereisten voldoen (zie de Codex over welzijn op het werk bijlage VIII.2-1). Zo kan de werkpost goed worden aangepast: het is niet de bedoeling dat de bril wordt gebruikt om problemen met het beeldscherm te compenseren.
Hebt u vragen? Praat er dan gerust over met uw arbeidsarts of met de preventieadviseur-ergonoom.
Dr. Michel Muller
Preventieadviseur-Arbeidsarts
Une nouvelle règle s’applique depuis le 1er janvier 2026. Lorsqu’un travailleur est en incapacité de travail pendant au moins huit semaines consécutives, l’employeur est tenu de faire vérifier si ce travailleur peut éventuellement effectuer un travail adapté ou un autre travail. C’est ce qu’on appelle l’évaluation du potentiel de travail. Cet article vous explique le fonctionnement de cette évaluation et vous dévoile ce que nous apprennent les premiers chiffres.
Anticiper et organiser le travail quand les températures grimpent.
Tout travailleur en incapacité de travail prolongée sera tôt ou tard confronté à des questions relatives à la reprise du travail. Peut-on reprendre son ancien travail ? Est-il possible d’avoir un travail adapté ? Qui fait le premier pas ? L’examen formel de réintégration doit permettre d’y voir plus clair dans ces questionnements. Plusieurs nouvelles règles sont d’application en la matière depuis 2026. Cet article vous explique de façon claire les implications pour les travailleurs et les employeurs.
Deux fois par an, le passage à l’heure d’été ou à l’heure d’hiver vient modifier nos repères temporels.
Le surprésentéisme est communément défini comme étant le comportement d’un travailleur qui, malgré des problèmes de santé physique ou psychologique nécessitant de s’absenter du travail, persistent à s’y présenter.
L’été est un moment parfait pour manger plus équilibré : plus de fruits, plus de légumes, plus de repas frais et légers. De quoi vous faire plaisir avec des produits de saison, qui sont sains et goûteux.
Ne pas aimer son travail est une chose. Mais ressentir une peur profonde et incontrôlable à l’idée d’y retourner en est une autre. L’ergophobie est une réalité qui mérite toute notre attention.
Le BMI (Body Mass Index) ou IMC (Indice de Masse Corporelle), en français, est une formule permettant d’estimer la corpulence d’une personne.
Depuis le 1er janvier 2026, l’employeur est tenu de faire évaluer le potentiel de travail de tout travailleur en incapacité de travail depuis au moins huit semaines. Si le médecin du travail estime qu’un potentiel de travail existe, l’employeur doit obligatoirement entamer un trajet de réintégration.
Un nouvel arrêté royal prévoit désormais des sanctions pour les travailleurs qui ne collaborent pas à ce processus de réintégration.
L’entrée en vigueur prochaine des règles européennes en matière de durabilité contraint les entreprises belges à une nouvelle forme de transparence. Cohezio aussi s’est mise au diapason: l’organisation fait ainsi partie des premiers intervenants de son secteur à avoir mis en place une politique ESG de manière proactive. «Pas par obligation, mais par volonté de faire les choses correctement.»