19 november 2018
De eindejaarsfeesten stellen ons lichaam vaak zwaar op de proef, met onder meer uitgebreid aperitieven, foie gras, wildbraad, sauzen, kerststronk, alcohol en andere extraatjes. Deze periode waarin je geniet en jezelf een plezier doet, maakt vaak plaats voor vermoeidheid en een zwaar gevoel. Je lichaam is immers vaak uitgedroogd en moet zich nu toeleggen op het wegwerken van die excessen : toxines, vetten, suikers, enz. Je moet er dus zorg voor dragen, al vanaf de dag erna.
Hier is een recept dat in het artikel wordt voorgesteld : Hoe overleef je de feestdagen? Voedingstip voor december – Cohezio
Het voorlaatste artikel in onze reeks over re-integratie 3.0 gaat over het onderzoek (of procedure) definitieve ongeschiktheid, ook wel het onderzoek (of procedure) artikel 34 geheten.
De re-integratie van langdurig zieke werknemers is een nieuwe fase ingegaan waarin alle betrokkenen — werkgevers, werknemers, artsen, enzovoort — meer verantwoordelijkheid krijgen.
De fietsgolf op Belgische wegen is geen toeval. Natuurlijk speelt ons statuut als koersland een rol, de successen van Belgische toppers zetten velen letterlijk in beweging. Maar er zit meer achter. Steeds meer werknemers maken bewust de keuze om met de fiets naar het werk te pendelen.
Sinds 1 januari 2026 geldt een nieuwe regel. Als een werknemer minstens acht weken aan een stuk arbeidsongeschikt is, moet de werkgever laten nagaan of die eventueel aangepast of ander werk kan uitvoeren. Dat heet de inschatting van het arbeidspotentieel. We leggen in dit artikel uit hoe deze evaluatie werkt en wat de eerste cijfers zeggen.
Vooruitdenken en het werk organiseren wanneer de temperaturen stijgen.
Wie langere tijd arbeidsongeschikt is, krijgt vroeg of laat te maken met vragen over werkhervatting. Kan iemand terugkeren naar de oude job? Is aangepast werk mogelijk? En wie zet de eerste stap? Het formele re-integratieonderzoek moet daar duidelijkheid over geven. Sinds 2026 gelden daarbij enkele nieuwe regels. We zetten op een heldere manier op een rij wat dat betekent voor werknemers en werkgevers.
Twee keer per jaar verandert de omschakeling naar zomertijd of wintertijd ons tijdsgevoel.
Presenteïsme wordt doorgaans gedefinieerd als het gedrag van een werknemer die ondanks fysieke of psychische gezondheidsproblemen blijft werken, terwijl hij of zij eigenlijk thuis zou moeten blijven.
De zomer is een perfecte tijd om evenwichtiger te eten: meer fruit, meer groenten, meer verse en lichte maaltijden.
Je werk niet leuk vinden is één ding. Maar een diepe, oncontroleerbare angst voelen bij het idee om weer aan het werk te gaan is iets helemaal anders: ergofobie, een realiteit die onze volledige aandacht verdient.