19 mei 2026
Eind 2024 verscheen wetgeving die de regels rond het oprichten van gemeenschappelijke interne diensten voor preventie en bescherming op het werk (GIDPW) door meerdere bedrijven heeft versoepeld. Je kan er meer over lezen in dit artikel.
Voor bestaande GIDPW die vóór 1 juli 2024 zijn opgericht golden er overgangsmaatregelen.
Voor kleine GIDPW blijft de bestaande toelating nog geldig tot uiterlijk 1 juli 2027, tegen bepaalde voorwaarden. Je kan hier meer over lezen in dit artikel.
Voor grote GIDPW opgericht vóór 1 juli 2024 gelden de overgangsmaatregelen echter slechts tot uiterlijk 1 juli 2026. Ten laatste op die datum moeten zij een nieuwe toelating hebben aangevraagd bij de algemene directie Humanisering van de Arbeid. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden, vindt men in hoofdstuk IV van titel 2 van boek 2 van de Codex.
Onder een grote GIPDW moet verstaan worden:
In het geval dat de GIDPBW die geen nieuwe toelating verkrijgt, dienen de verschillende bedrijven op 1 juli 2027 een eigen interne dienst op te richten.
Op 30 december 2025 verscheen in het Belgisch Staatsblad niet alleen het KB dat de procedure voor re-integratie bij de eigen werkgever wijzigt (het zogenaamde “RIT 3.0”) maar ook de “Wet tot uitvoering van een versterkt terug naar werkbeleid in geval van arbeidsongeschiktheid” die het algemene kader voor de terugkeer naar werk versterkt door extra responsabilisering van alle betrokken partijen in te voeren, met name voor werknemers, werkgevers, mutualiteiten en behandelende artsen.
Een belangrijke wijziging in de Belgische wetgeving is recent in werking getreden en heeft rechtstreeks betrekking op jongeren, werkgevers… en preventieactoren.
Voortaan mogen jongeren van 15 jaar die nog onder de voltijdse leerplicht vallen, studentenarbeid verrichten, onder strikte voorwaarden.
Sinds 1 januari 2026 geldt een nieuwe regel. Als een werknemer minstens acht weken aan een stuk arbeidsongeschikt is, moet de werkgever laten nagaan of die eventueel aangepast of ander werk kan uitvoeren. Dat heet de inschatting van het arbeidspotentieel. We leggen in dit artikel uit hoe deze evaluatie werkt en wat de eerste cijfers zeggen.
Wie langere tijd arbeidsongeschikt is, krijgt vroeg of laat te maken met vragen over werkhervatting. Kan iemand terugkeren naar de oude job? Is aangepast werk mogelijk? En wie zet de eerste stap? Het formele re-integratieonderzoek moet daar duidelijkheid over geven. Sinds 2026 gelden daarbij enkele nieuwe regels. We zetten op een heldere manier op een rij wat dat betekent voor werknemers en werkgevers.
In januari 2026 werd een nieuwe versie van de norm ISO 3941 over brandklassen gepubliceerd. De herziene norm voegt een nieuwe brandklasse toe: brandklasse L voor branden van lithium-ionbatterijen.
Hoe langer iemand afwezig is, hoe kleiner de kans op werkhervatting bij dezelfde werkgever en hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt wordt. Na 3 maanden arbeidsongeschiktheid daalt de kans op reactivering naar 50%, wanneer er nog geen tussenkomst werd voorzien via professionele begeleiding, gericht op re-integratie.
In België zijn alle bedrijven met 20 werknemers of meer verplicht om jaarlijks een gestructureerd opleidingsplan op te stellen. Doel van deze verplichting is dat acties rond competentieontwikkeling binnen de onderneming formeel worden vastgelegd en gepland.
Sinds 1 januari 2026 is de werkgever verplicht om een inschatting te laten maken van het arbeidspotentieel van een werknemer die minstens 8 weken arbeidsongeschikt is. Indien de arbeidsarts oordeelt dat een arbeidspotentieel aanwezig is, dient de werkgever verplicht een re-integratietraject op te starten.
Een nieuw K.B. bepaalt sancties voor werknemers die niet meewerken aan de re-integratie.
Met de naderende invoering van de Europese duurzaamheidsregels bereiden Belgische ondernemingen zich stilaan voor op een nieuwe vorm van transparantie. Ook bij Cohezio, dat hierdoor tot de eerste spelers in haar sector behoort die proactief werk maakt van een ESG-beleid. ‘Niet omdat het moet, maar omdat het moet kloppen.