back-arrow 26 oktober 2026

Positief arbeidspotentieel is nog geen werkhervatting

Sinds 1 januari 2026 moet je als werkgever het arbeidspotentieel laten inschatten van werknemers die minstens acht weken arbeidsongeschikt zijn. Bij Cohezio is het resultaat in bijna de helft van de gevallen positief. Wat dat resultaat betekent, wordt niet altijd correct begrepen.

Een positief arbeidspotentieel klinkt als het begin van een terugkeer. De cijfers zeggen iets anders. Ondertussen zijn er al 1.205 re-integratietrajecten lopende, waarbij onze arbeidsartsen na zo’n positief arbeidspotentieel al een beslissing namen. In 693 daarvan nam de arts een beslissing C, wat betekent dat de werknemer om medische redenen nog niet opnieuw aan het werk kan.

Wat arbeidspotentieel wel en niet zegt

De betekenis van volgens de Codex is niet altijd door iedereen even goed gekend, stelt Lieve Mussen (Medical Manager Vlaanderen bij Cohezio) vast. De inschatting van het arbeidspotentieel is een triage, een eerste selectie. Ze beantwoordt één vraag: is een re-integratietraject  zinvol?

Meer zegt het resultaat niet, denk er wel steeds aan dat de inschatting geen rekening houdt met wat er in jouw organisatie concreet mogelijk is. Welk aangepast of ander werk je werknemer eventueel aankan, onderzoekt de arbeidsarts tijdens het re-integratietraject. Concrete oplossingen op de werkvloer zoek je als werkgever zelf, rekening houdend met het advies van de arbeidsarts.

Van 59 naar 35 procent positief

De inschatting verloopt in twee stappen. Je werknemer vult een digitale vragenlijst in. Daarna volgt een telefoongesprek met een arbeidsverpleegkundige van Cohezio. Tijdens dit gesprek wordt er vooral geluisterd naar de werknemer en hoe deze naar een eventuele werkhervatting kijkt. De vragenlijst is hierbij een leidraad, maar ook als de werknemer nog helemaal niet aan het werk zou kunnen, en dus geen arbeidspotentieel heeft, merken we dat het gesprek en het luisterend oor als een meerwaarde wordt gezien door de werknemer.

Het gesprek weegt wel zwaar door. Medio september maakten we de eerste cijfers bekend. De recentste cijfers, daterend van 1 oktober, bevestigen dat beeld. De vragenlijst alleen wijst bij 16 procent van de 7.478 afgeronde aanvragen op arbeidspotentieel. Na het gesprek is dat 49 procent, ruim drie keer zoveel.

Het gesprek verschuift het resultaat in twee richtingen. Omgekeerd valt 1 op de 4 vragenlijsten die een positief arbeidspotentieel suggereren, na het gesprek uit op een negatief arbeidspotentieel.

Het aandeel positieve resultaten daalt wel maand na maand. Van de resultaten in maart was 59 procent positief, in september nog 35 procent.

“We hebben in het begin te enthousiast een positief arbeidspotentieel toegekend”, oordeelt Mussen. “Ook voor ons is dit een leerproces. Sinds we onze verpleegkundigen meer handvatten gegeven hebben, zien we een beter evenwicht.”

Vraag de inschatting niet te vroeg aan

De inschatting kan pas vanaf acht weken arbeidsongeschiktheid. Dat betekent niet dat je ze op die dag moet aanvragen.

“Acht weken is het minimum, geen richtdatum”, zegt Mussen. “Neem bijvoorbeeld een werknemer die nog geen diagnose heeft gekregen, de onderzoeken zijn nog volop lopende. Op dat moment is een inschatting van arbeidspotentieel heel moeilijk. Je vaart eigenlijk blind. Als je dan nog even wacht met de bepaling van het arbeidspotentieel is de kans groot dat we meer info hebben om een correcte inschatting te doen.”

De ruimte om te wachten is er. Stel je 20 werknemers of meer tewerk en is het arbeidspotentieel positief, dan moet je uiterlijk zes maanden na het begin van de arbeidsongeschiktheid een re-integratietraject opstarten, tenzij je werknemer het werk intussen hervat heeft. Die verplichting geldt voor arbeidsongeschiktheden die begonnen zijn vanaf 1 januari 2026. Zolang je aanvraag vroeg genoeg komt om die termijn te halen, kies je het moment zelf.

Positief resultaat? Wacht met het re-integratietraject

Ook na een positief resultaat hoef je niet meteen te handelen. Bij Cohezio raden we onze klanten aan om het re-integratietraject pas net voor de zes maanden arbeidsongeschiktheid aan te vragen.

Lieve Mussen haalt hiervoor verschillende redenen aan. “We merken uit gesprekken met onze klanten dat het gesprek rond arbeidspotentieel de werknemer aanzet om initiatief te nemen rond zijn terugkeer naar het werk. Werknemers nemen dus  vaker zelf contact op met de arbeidsarts en/of vragen hun werkgever om hun terugkeer naar het werk te bespreken. Als je daarnaast als werkgever iets langer wacht met de aanvraag voor een re-integratietraject, bestaat de kans dat je werknemer het werk hervat zonder re-integratietraject. Bovendien evolueert de gezondheid van de werknemer tijdens zijn afwezigheid, waardoor het gesprek over de terugkeer vlotter kan verlopen.”

Blijf in die periode wel in contact met je werknemer. Je mag ook al een informeel traject opstarten, met een bezoek aan de arbeidsarts voorafgaand aan de werkhervatting.

Beslissing C blijft de vaakst voorkomende uitkomst

Tijdens een re-integratietraject neemt de arbeidsarts een van drie volgende beslissingen. Na een positief arbeidspotentieel is de verdeling als volgt:

  • Beslissing A (33%). Je werknemer kan het overeengekomen werk, het werk uit het contract, op termijn hervatten. Intussen kan hij of zij aangepast of ander werk doen.
  • Beslissing B (9%). Je werknemer is definitief ongeschikt voor het overeengekomen werk, maar kan wel aangepast of ander werk doen.
  • Beslissing C (58%). Om medische redenen kan de arbeidsarts voorlopig geen re-integratiebeoordeling maken. Het traject stopt en kan in principe pas drie maanden later opnieuw starten.

Het aantal beslissingen C verandert voorlopig niet, wat volgens Dr. Mussen een werkpunt voor Cohezio is. “Wel zien we het aantal beslissingen B dalen ten opzichte van de voorbije jaren. Een verklaring hiervoor kan zijn dat de re-integratietrajecten vroeger in de periode van arbeidsongeschiktheid opgestart worden. Vaak is het nog te vroeg om te kunnen spreken van een definitieve situatie. Hier moet dus nog een mindshift komen”, zegt Dr. Mussen. “Onze artsen moeten bij aangepast werk breder denken dan de huidige werkgever. Dat vraagt ook een verandering bij werkgevers, die vaak vertrekken of focussen vanuit de mogelijkheden binnen hun eigen organisatie wanneer ze naar een advies van de arbeidsarts kijken.”

Zeven maanden cijfers tonen vooral dat het instrument nog jong is. Wie het gebruikt als eerste selectie, het moment van de aanvraag bewust kiest en contact houdt met zijn werknemer, haalt er het meeste uit. “Onze indruk is wel dat het gesprek positief wordt ervaren door de werknemers”, besluit Dr. Mussen.

Meer weten over re-integratie? Download de brochure ‘Terug naar het werk’ op Cohezio4U, onder de tab ‘Sensibiliseringsmateriaal’.