28 mei 2026
Het voorlaatste artikel in onze reeks over re-integratie 3.0 gaat over het onderzoek (of procedure) definitieve ongeschiktheid, ook wel het onderzoek (of procedure) artikel 34 geheten.
De benaming onderzoek artikel 34 komt van het feit dat de wettelijke basis voor dit onderzoek voor een groot deel berust op het artikel 34 van de wet van 3 juli 1978 met betrekking tot de arbeidsovereenkomsten, dat bepaalt dat de verbreking van het arbeidscontract – dit gaat dus enkel over contractuele werknemers en in geen geval over statutaire (vastbenoemde) werknemers – mogelijk is omwille van definitieve medische ongeschiktheid zoals bepaald tijdens de procedure definitieve ongeschiktheid in de Codex Welzijn op het Werk (Codex Art. I.4-82)
Tijdens deze procedure zal de arbeidsarts nagaan of de werknemer definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk in het kader van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst omwille van medische overmacht. Maar ook naar aanleiding van dit onderzoek gaat het vaak nog steeds over re-integratie ! Immers, naar aanleiding van dit onderzoek kan de arbeidsarts 3 verschillende beslissingen nemen waarvan er 2 re-integratie kunnen inhouden:
Het antwoord is: eigenlijk bijna niets. Maar de minimum duur van de arbeidsongeschiktheid vooraleer men deze procedure artikel 34 kan aanvragen bij Cohezio is wel veranderd van 9 naar 6 maanden.
Het onderzoek definitieve ongeschiktheid kan dus worden aangevraagd na 6 maanden niet – onderbroken arbeidsongeschiktheid (in plaats van 9 maanden voorheen) zowel door werkgever als door werknemer door middel van een aangetekend schrijven aan Cohezio alsook aan de andere partij (werkgever aan werknemer of werknemer aan werkgever). Dit ook met directe ingang: ook arbeidsongeschiktheden van vóór 01/01/2026 kunnen vanaf 6 maanden niet-onderbroken arbeidsongeschiktheid aanleiding geven tot dit onderzoek.
Art. 34 van de wet van 3 juli 1978 geeft het antwoord: “De procedure definitieve ongeschiktheid kan slechts worden opgestart wanneer de werknemer gedurende een termijn van ten minste 6 maanden niet-onderbroken arbeidsongeschikt is, en voor zover voor de werknemer geen re-integratietraject bedoeld in de codex over het welzijn op het werk lopende is. Deze termijn van 6 maanden wordt onderbroken wanneer de werknemer effectief het werk hervat, tenzij de werknemer binnen de eerste veertien dagen van deze werkhervatting opnieuw arbeidsongeschikt wordt, in welk geval deze termijn wordt geacht niet onderbroken te zijn.”
Een aantal preciseringen hierbij zijn wellicht welkom.
Ten eerste, met 14 dagen bedoelt men voor alle duidelijkheid kalenderdagen, géén werkdagen.
Ten tweede, voor een onderbreking moet het gaan om een effectieve werkhervatting. Progressieve werkhervatting is dus ook een effectieve werkhervatting. Voor een werknemer die na 3 maanden progressief het werk hervat en binnen de eerste 14 dagen niet opnieuw arbeidsongeschikt wordt, wordt de teller arbeidsongeschiktheid effectief terug op “nul” gezet. Een nieuwe periode van 6 maanden arbeidsongeschiktheid zal dan wettelijk nodig zijn vooraleer een nieuwe procedure definitieve ongeschiktheid kan worden aangevraagd.
Voor de andere wettelijke re-integratie termijnen – meer bepaald de termijnen voor aanvragen arbeidspotentieel (vanaf 8 weken arbeidsongeschiktheid) en formele re-integratieonderzoeken ( verplicht binnen 6 maanden indien arbeidspotentieel bij werkgevers met minstens 20 werknemers ) – zijn alle onderbrekingen van de arbeidsongeschiktheid, zelfs vanaf 1 dag, effectieve onderbrekingen van die arbeidsongeschiktheid. Men kijkt daarbij niet naar een eventueel herval binnen de eerste 14 dagen. Voor die termijnen is elke dag onderbreking – op welke manier dan ook, bijvoorbeeld 1 dag het werk hervatten – wel degelijk een onderbreking, en komt de teller arbeidsongeschiktheid terug op “nul”.
Uiteraard wel !
Vroeger kon men dit onderzoek na 9 maanden niet-onderbroken arbeidsongeschiktheid aanvragen, nu kan het al na 6 maanden, maar de werkgever heeft nu wel veel meer re-integratieverplichtingen vooraleer dit onderzoek te kunnen aanvragen:
Het onderzoek definitieve ongeschiktheid zal dus vooral voor de werknemers zonder arbeidspotentieel worden aangevraagd door werkgever of door werknemer zelf, wat logisch lijkt. Eerst zal de re-integratie aan bod moeten komen. Werknemers en werkgevers worden eerst aangezet tot werkhervatting en re-integratie. Enkel indien de re-integratie niet lukt, zal dit onderzoek definitieve ongeschiktheid aangevraagd kunnen worden, tenzij bij werkgevers met minder dan 20 werknemers waar de mogelijkheden voor aangepast werk doorgaans beperkter zijn en waar het formeel re-integratieonderzoek niet verplicht is.
De bepalingen met betrekking tot de verbreking van de arbeidsovereenkomst omwille van definitieve medische overmacht (“ontslag om medische redenen”) blijven dezelfde.
Een werkgever die zich éénzijdig op de medische overmacht beroept om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, dient dit aan het RIZIV ter kennis brengen en dient vervolgens een bijdrage van 1.800 euro te storten in het Terug Naar Werk Fonds van het RIZIV.
Niet de arbeidsarts, wel de werkgever (dit is niet verplicht) leidt de verbreking van de arbeidsovereenkomst omwille van definitieve medische overmacht (“ontslag om medische redenen”) in goede banen. Informeer u dus op juridisch vlak.
De mogelijkheid en de uitkomst van een beroepsprocedure moeten steeds worden afgewacht vooraleer de arbeidsovereenkomst eventueel kan worden beëindigd wegens medische overmacht. Hou hierbij ook rekening met de dagen voor verzending en ontvangst van aangetekende zendingen. Termijnen worden bijna steeds uitgedrukt in termijnen te rekenen vanaf de dag na de ontvangst van een aangetekende zending. Art. I.1-6.zegt dat “… de aangetekende zending vermeld in de codex wordt geacht ontvangen te zijn de derde werkdag die volgt op die waarop de verzending werd verricht, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst…” maar opgelet aangetekende zendingen kunnen altijd iets langer onderweg zijn…
Ter herhaling, de arbeidsovereenkomst kan slechts beëindigd worden wegens medische overmacht wanneer uit de vaststelling van de arbeidsarts waartegen geen beroep meer mogelijk is, of uit het resultaat van de beroepsprocedure opgenomen in de codex over het welzijn op het werk, blijkt dat het voor de werknemer definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk te verrichten, en:
Indien uit de vaststelling van de arbeidsarts, of uit het resultaat van de beroepsprocedure niet blijkt dat het voor de werknemer definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk te verrichten, dan eindigt deze procedure zonder gevolg. De meest gerede partij kan de procedure slechts opnieuw opstarten wanneer de werknemer opnieuw gedurende een termijn van ten minste 6 maanden ononderbroken arbeidsongeschikt is te rekenen vanaf de dag na de ontvangst van de vaststelling van de arbeidsarts, hetzij, indien de werknemer beroep heeft ingediend tegen deze vaststelling, vanaf de dag na de ontvangst van het resultaat van de beroepsprocedure.
Artikel geschreven door Dr. Mathieu Versée, Knowledge Manager