19 november 2025
Artificiële intelligentie (AI) is geen toekomstmuziek meer: het is een dagelijkse realiteit geworden. Of het nu gaat om virtuele assistenten, de automatisering van taken of ondersteuning bij beslissingen, AI-tools hebben een diepgaande impact op de manier van werken in de meeste sectoren.
Achter deze technologische revolutie verbergt zich ook een menselijke. AI wekt in gelijke mate hoop als ongerustheid. Waar sommigen er een opportuniteit in zien om aan efficiëntie en creativiteit te winnen, vrezen anderen voor een ontmenselijking van het werk, een verlies aan controle of het verdwijnen van hun job.
Deze overgang werpt fundamentele vragen op. Zal AI een concurrent, een collega of een eenvoudige tool zijn dat van ons een “verbeterde mens” kan maken?
Het echte vraagstuk voor bedrijven is te weten hoe men werknemers kan begeleiden, hun legitieme vrees begrijpen en, vooral, hoe men AI kan omsmeden tot een hefboom voor welzijn op het werk in plaats van een bron van ongerustheid. De analyse begint met het luisteren naar deze ongerustheden.
Artificiële intelligentie brengt om verschillende redenen ongerustheid teweeg bij werknemers. Het onbehagen kan verschillende vormen aannemen:

Dit is zonder twijfel de meest wijdverbreide vrees. Het idee dat machines mensen kunnen vervangen is niet nieuw, maar AI versterkt deze vrees omdat nu ook intellectuele en creatieve beroepen in het vizier zijn gekomen. Van journalisten tot grafisch ontwerpers, boekhouders tot klantenadviseurs, generatieve AI toont aan dat het sneller kan produceren, interpreteren en beslissen dan een mens. Het idee van een gedeeltelijke of gehele vervanging blijft angstwekkend. De vrees om overbodig te worden voedt een diep gevoel van onzekerheid rond het werk.
AI zet ook de waarde van menselijke competenties op de helling. Als een algoritme een verslag kan opstellen, een marketingcampagne kan genereren of de code van een app kan schrijven, krijgen sommige werknemers het gevoel dat hun persoonlijke expertise getrivialiseerd wordt. De medewerkers vrezen dat hun expertise aan waarde verliest of als minder relevant wordt beschouwd vergeleken met een “alwetende” machine. Dit kan een toenemend gevoel van zinloosheid teweegbrengen en zelfs leiden tot een afname van het engagement.
Velen zien in AI een ondoorzichtige technologie : een systeem dat ze niet begrijpen en dat op termijn beslissingen in hun plaats zal nemen. Ook al is het vandaag de dag nog zo dat in de meeste gevallen het nog de mens is die beslist of hij wel of niet gebruik wil maken van AI, zal op termijn de gang van zaken er toch toe leiden dat dit risico zich toch gaat voordoen bij beslissingsprocessen. Deze indruk van ondoorzichtigheid voedt de vrees de grip op het werk en de beslissingen te verliezen.
Werknemers zijn ongerust dat ze niet voorbereid zijn op de nieuwe competenties die nodig zijn om zich aan te passen aan technologieën gebaseerd op AI. De vrees bestaat dat scholing errond ontoereikend of te duur zal zijn. Sommigen zullen moeilijk hun plaats kunnen vinden in een werkomgeving die steeds meer digitaal en geautomatiseerd wordt. Bovendien kan de inschakeling van AI-tools zonder dat dit gepaard gaat met duidelijke begeleiding een cognitieve overbelasting teweegbrengen: nieuwe tools aanleren, aanpassen van processen, veranderingen van gewoonten.
Algoritmische vooroordelen, meer toezicht, ontmenselijking van relaties, aantasting van het privéleven, … bepaalde werknemers vrezen dat AI vooral eerder economische doeleinden dient dan het collectieve belang. Dit wantrouwen wordt nog verhoogd wanneer er te weinig transparantie is over de manier waarop bedrijven omgaan met gegevens en AI-tools.
AI zou ook de loonverschillen kunnen vergroten. Werknemers met weinig scholing of wiens job gemakkelijk geautomatiseerd zou kunnen worden riskeren dat hun lonen zullen stagneren, terwijl die van werknemers in technologie- en AI-sectoren juist kunnen stijgen.
Ondernemingen zouden de voorkeur kunnen geven aan AI om kosten te sparen, waardoor de werkzekerheid van vele werknemers in het gedrang kan komen. Dit kan dan leiden tot een toenemende onzekerheid van arbeid en een toename van flexibiliteit waar het gaat om uurroosters, hetgeen een bijkomende onzekerheid kan betekenen voor degenen die een meer “traditioneel” beroep uitoefenen.
Eén van de meest menselijke aspecten van werk is het vermogen creatief te zijn en met nieuwe ideeën te komen. AI zou mogelijk een inperking van dit menselijk vermogen kunnen betekenen, door de mogelijkheden te verminderen voor werknemers om deel te nemen in creatieve processen of om nieuwe ideeën te bedenken.
Wanneer men spreekt over artificiële intelligentie gaan de discussies vaak over de risico’s ervan en over productiviteit. Men gaat nochtans voorbij aan een essentieel aspect: haar directe en persoonlijke impact op het welzijn van werknemers.
AI is meer dan slechts een eenvoudige middel tot automatisering: het kan een actieve partner worden in het verlichten van mentale druk, preventie meer op maat vormgeven en op een concrete manier de levenskwaliteit op het werk verbeteren. Haar potentieel als bondgenoot is even reëel als de uitdagingen die ze met zich meebrengt.
Eén van de meest tastbare voordelen van de AI is de vermindering van repetitieve en tijdrovende taken. Het automatiseren van de opmaak van planningen, het invoeren van gegevens of het genereren van rapporten maakt tijd vrij voor meer stimulerende activiteiten.
AI kan helpen de behoeften van werknemers beter te begrijpen: voorkeuren rond communicatie, werkritme, bronnen van stress of tevredenheid. Bepaalde bedrijven gebruiken vandaag al AI-tools om signalen van verslapte motivatie op te sporen of om aangepaste opleidingen aan te bevelen.
Tools om de fysieke gezondheid te monitoren, geïntegreerd in fitness- of welzijnsapps zoals VITY (www.vity.be), kunnen aangepaste oefeningen aanbevelen aan elke werknemer in functie van hun gezondheidsprofiel en hun behoeften.
In het domein van het psychisch welzijn zijn er heel wat AI-apps opgedoken: chatbots die psychische steun bieden, tools om burn-out opsporen, …. Mits men dit met de nodige voorzichtigheid gebruikt hebben ze het potentieel om psychosociale risico’s te helpen voorkomen.
Met AI kan je ook werkruimtes meer ergonomisch maken, door automatisch temperatuur, verlichting, geluidsniveau af te stemmen op de voorkeuren van de werknemers. Zo kunnen slimme sensoren op kantoor de temperatuur en luchtvochtigheid analyseren en de omstandigheden aanpassen om optimaal comfort te garanderen.
Uiteindelijk ligt de ware belofte van AI niet in haar vervanging van de mens, maar in het herdenken van diens relatie tot het werk. Een goed uitgedachte en goed geïntegreerde AI kan een vertrouwenspartner worden, een cognitieve coach of een slimme assistent die in staat is onze capaciteiten te vertienvoudigen zonder ons van onze intelligentie te beroven.
Dit artikel heeft het paradox van kunstmatige intelligentie blootgelegd: het is zowel een bron van legitieme bezorgdheid als een fantastisch hulpmiddel om de mentale belasting te verlichten. De belofte van een verhoogd en gepersonaliseerd welzijn is reëel, maar zal niet werkelijkheid worden zonder kaders.
De overgang naar “augmented work” is geen technologische noodzaak, maar een managementverantwoordelijkheid. Het is het bedrijf dat de sleutel in handen heeft om deze technologische golf om te zetten in menselijke vooruitgang. In ons volgende artikel zullen we de concrete en ethische maatregelen uiteenzetten die werkgevers moeten nemen om deze verandering te begeleiden en AI tot een betrouwbare partner voor hun teams te maken.