De tarieven voor externe diensten voor preventie en bescherming op het werk zijn voor 2026 met 4,05 % geïndexeerd ten opzichte van 2025, na twee overschrijdingen van de spilindex in 2025.
De tarifering van externe diensten voor preventie en bescherming op het werk is strikt gereglementeerd: het Wetboek van Welzijn op het Werk (Boek I, Hoofdstuk III, Titel 3) legt namelijk de verplichte minimumforfaitaire bijdragen vast voor de prestaties van externe diensten. Deze regelgeving is cruciaal om de transparantie en het evenwicht in de aangeboden prestaties te garanderen. De tarieven zijn echter gekoppeld aan de consumptieprijsindex, die in 2025 stijgt. De tarieven worden elk jaar op 1 januari aangepast aan de spilindex voor het lopende jaar.
In 2025 werd deze spilindex twee keer overschreden, een eerste keer aan het begin van het jaar en een tweede keer in december. De bijdragen voor externe diensten stijgen dus in 2026 met 4,05 % ten opzichte van 2025.
De consumentenprijsindex meet de inflatie: hij wordt maandelijks berekend op basis van de evolutie van de kosten van levensonderhoud voor een gemiddeld gezin. De Indexcommissie sluit vervolgens bepaalde ongezonde producten (tabak, alcohol, brandstof, enz.) uit om de gezondheidsindex te creëren. De waarde van deze gezondheidsindex bepaalt de spilindex.
Hieronder vindt u minimumtarieven die in 2026 door alle externe diensten zullen worden gehanteerd:
| Tariefgroep | ≤ 5 werknemers | > 5 werknemers |
| Tariefgroep 1 | € 47,78 per werknemer | € 55,85 per werknemer |
| Tariefgroep 2 | € 69,31 per werknemer | € 81,43 per werknemer |
| Tariefgroep 3 | € 86,14 per werknemer | € 101,62 per werknemer |
| Tariefgroep 4 | € 109,02 per werknemer | € 128,53 per werknemer |
| Tariefgroep 5 | € 127,86 per werknemer | € 150,74 per werknemer |
| Preventie-eenheid | Niet van toepassing | € 201,89 per eenheid |
| Extra preventie-eenheid | Niet van toepassing | € 154,78 per eenheid |