Wie is verantwoordelijk voor de aankoop en het onderhoud van persoonlijke beschermingsmiddelen?

De werkgever. Hij is verplicht de persoonlijke beschermingsmiddelen gratis ter beschikking te stellen, en verder staat hij ook in voor het onderhoud, reiniging, herstel en tijdig vervangen ervan.

Ik lijd aan allergieën, mag ik me laten inenten tegen griep ?

Indien u allergisch bent aan eiwit, kan u niet ingeënt wordt tegen de griep gezien het vaccin is opgebouwd uit eiproteïnen (de eieren waarin het vaccin wordt gecultiveerd).

Zoals ook geldt voor voedingsmiddelen en cosmetica, kunnen bepaalde personen hypergevoelig zijn voor bepaalde componenten van het griepvaccin (of een hypergevoeligheid ontwikkelen); Om deze reden moet men er de voorkeur aan geven op de plaats te blijven dertig minuten na de inenting, en zelfs als men de voorbije jaren geen problemen ondervonden hebt.

 

Andere veelgestelde vragen over griep

Wat is een "persoonlijk beschermingsmiddel" ?

Een persoonlijke beschermingsmiddel (PBM) is de uitrusting die de werknemer moet dragen om hem te beschermen tegen één of meerdere risico’s die zijn veiligheid of gezondheid op het werk kunnen bedreigen.

Daarnaast zijn ook de aanvullingen of accessoires die daartoe kunnen bijdragen PBM.

Werkkledij niet bestemd voor bescherming wordt niet gerekend tot de PBM.

PBM moeten voldoende beschermen, voldoende comfortabel zijn, hygiënisch zijn en gemakkelijk te onderhouden.

Wat doet een arbeidsgeneesheer niét ?

De arbeidsgeneesheer is geen controlegeneesheer, en neemt ook niet de taken van de behandelend geneesheer op zich (bvb. behandelingen, voorschriften).

Kan de griepinenting neveneffecten hebben ?

De meest voorkomende neveneffecten van de inenting zijn rode plekken en pijnen ten gevolge van de injectie. Bovendien kunnen in sommige gevallen een lichte koorts en spierpijnen optreden.

 

Andere veelgestelde vragen over griep

U vindt de info die u zoekt niet op onze website ?

Contacteer onze documentatiedienst die u met plezier zal verder helpen.

Wat zijn mijn verplichtingen rond evacuatie en brandveiligheid?

De werkgever heeft volgende verplichtingen:

  • een risicoanalyse laten uitvoeren
  • maatregelen treffen om brand te voorkomen
  • de veiligheid verzekeren
  • indien nodig de snelle evacuatie verzekeren van werknemers en aanwezige personen op de arbeidsplaats zonder hen in gevaar te brengen
  • vlug en efficiënt elk begin van brand bestrijden om uitbreiding ervan te vermijden
  • de schadelijke gevolgen van brand beperken
  • de tussenkomst van openbare hulpdiensten vergemakkelijken
  • een brandbestrijdingsdienst oprichten (om het even wat het aantal werknemers is aanwezig in de onderneming)
  • waken over de periodieke controle en het onderhoud van de beschermingsmiddelen tegen brand
  • een intern noodplan en brandpreventiedossier opstellen
  • de werknemers opleiden over brandgevaar en evacuatie

 

Meer details op de website van het FOD Werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg.

Wat doet een arbeidsgeneesheer ?

De rol van de arbeidsgeneesheer = preventieadviseur.

De arbeidsgeneesheer heeft dus in de eerste plaats een preventieve taak.

Die preventieve taak bestaat erin:

  • Aandoeningen gerelateerd aan het werk op te sporen en risico’s in kaart brengen.
  • Gezondheidsonderzoek uit te voeren.
  • De bevoegde instanties te informeren over beroepsaandoeningen.
  • Na te gaan of aan de hygiënische voorwaarden voldaan wordt.
  • Te antwoorden op vragen over lichamelijke en geestelijke gezondheid door de werknemers en hen bij te staan met advies.
  • Regelmatig de onderneming te bezoeken om een beeld te krijgen van de werkomgeving en de werkposten.
  • De organisatie van EHBO te ondersteunen.

Waar vind ik informatie omtrent de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers ?

Op deze pagina vindt u het antwoord op vele vragen rond het re-integratietraject.

Voor verdere vragen kan u steeds integratie@cohezio.be contacteren.

Waar vind ik informatie rond wetgeving ?

Wat moet er in mijn EHBO-koffer zitten?

Vroeger werd de inhoud van de EHBO-koffer door de wet bepaald. Vandaag is dit niet langer zo en dient de werkgever op basis van een risicoanalyse zelf te bepalen welk EHBO-materiaal in welke hoeveelheid aanwezig moet zijn (afhankelijk van bezetting, risico’s, aanwezige personen, …).

De door het FOD Werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg aangeraden minimuminhoud van de EHBO-koffer staat beschreven in haar brochure rond eerste hulp op het werk.

 

Welke documenten moet ik bezorgen aan Cohezio ?

  • Een personeelslijst: de volledige personeelslijst die u trimestrieel aan de RSZ bezorgt, met naam, voornaam, taal, geslacht, geboortedatum en functie van de personeelsleden. Deze lijst is zeer belangrijk; ze is de basis voor een correcte uitnodiging van uw werknemers voor het gezondheidsonderzoek en voor een correcte facturatie van onze diensten. Wijzigingen kan u doorgeven aan ons databasecenter via fax: 02 538 79 32 of via e-mail: dbc@cohezio.be
  • Een ongevalsfiche die opgemaakt wordt na elk ongeval met minstens één dag werkongeschiktheid, de dag van het ongeval niet inbegrepen
  • Een bewijs van zwangerschap voor het vrouwelijk personeel dat onderworpen is aan de arbeidsgeneeskunde

Kan een re-integratietraject enkel worden toegepast bij een Tijdelijke arbeidsongeschiktheid (TAO) die gestart is in 2017 ? Op de website van de regering valt immers te lezen dat de TAO’s van 2016 pas in 2018 kunnen worden behandeld ?

Dit hangt af van de persoon die vraagt om een re-integratietraject :

Werknemers hebben de mogelijkheid om een re-integratietraject aan te vragen vanaf 1 januari 2017, ongeacht de datum waarop hun arbeidsongeschiktheid is gestart. Hetzelfde geldt voor de adviserend geneesheer van het ziekenfonds.

Werkgevers hebben de mogelijkheid om een re-integratietraject op te starten vanaf 1 januari 2017 voor de ongeschiktheden (met een minimale duur van 4 maanden) die ten vroegste zijn gestart op 1 januari 2016. Voor ongeschiktheden die gestart zijn vóór 1 januari 2016, zullen ze pas een re‑integratietraject kunnen opstarten vanaf 1 januari 2018.

Hoe blijf ik op de hoogte van nieuws over gezondheid, veiligheid en welzijn op het werk?

Abonneer u gratis op onze maandelijkse elektronische nieuwsbrief ACTUASCAN.

Wie is verantwoordelijk voor het welzijn van uitzendkrachten?

Uitzendkrachten moeten op eenzelfde bescherming kunnen rekenen als alle andere werknemers.

De inlener moet een werkpostfiche bezorgen aan het uitzendbureau, zodat het geïnformeerd is over de risico’s. Deze werkpostfoche is verplicht voor functies waarvoor er een medisch toezicht vereist is.

Het uitzendkantoor is verantwoordelijk voor het leveren van werknemers conform de gevraagde beroepskwalificaties.

Wat betreft het onthaal van de uitzendkracht staat de inlener in voor de praktische aspecten die bij de specifieke tewerkstelling horen: hij moet het onthaal organiseren. Een ‘peter’ moet worden aangesteld die de uitzendkracht kan inlichten en begeleiden.

De uitzendkracht moet van de inlener alle nodige info krijgen rond risico’s, veiligheid, gevaarzones, evacuatieplan, meldpunt bij gevaar en incident. Hij moet van de inlener de nodige opleiding krijgen. Tevens moet de inlener alle nodige informatie verschaffen m.b.t. het welzijn van de uitzendkracht.

De preventieadviseur en preventieadviseur-arbeidsgeneesheer moeten worden ingelicht over de aanstelling van de uitzendkracht.

Het uitzendbureau licht, wat betreft het onthaal, de uitzendkracht in over de algemene aspecten: procedures rond arbeidsongeval, ziekte, zwangerschap, etc.

De inlener en uitzendbureau komen contractueel overeen wie de verschaffing en onderhoud van werkkledij en de verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen verzorgt.

Voor preventiemaatregelen, toezicht op werkkledij, dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en voor alle wat arbeidsongevallen betreft, is de inlener verantwoordelijk.

Voor iedere uitzendkracht die onderworpen is aan het gezondheidstoezicht, moet ook een centraal beheerd medisch dossier opgesteld worden.

Bepaalde werkzaamheden zijn verboden voor uitzendkrachten, in het bijzonder de afbraak en de verwijdering van asbest.

Wanneer en waarom zich aansluiten bij Cohezio ?

Een werkgever is verplicht, zodra hij 1 werknemer in dienst neemt, zich aan te sluiten bij een Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk wanneer hij intern niet beschikt over de noodzakelijke deskundigheden vermeld in de welzijnswet van 4 augustus 1996.

Deze wet en haar uitvoeringsbesluiten van 31 maart 1998 verplicht de werkgever te waken over het welzijn van de werknemers bij de uitoefening van hun werk. Daarvoor moet hij beschikken over experten in arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde, ergonomie, arbeidshygiëne en psychosociale aspecten verbonden aan het werk. Indien hij niet intern over deze experten beschikt, kan hij hiervoor een beroep doen op spmt arista.

Voor meer info, contacteer onze commerciële dienst via  info@cohezio.be .

Wat gebeurt er wanneer de werknemer het re-integratieplan weigert, terwijl de arbeidsgeneesheer meent dat de voorgestelde functie geschikt is ?

Er zijn twee stappen :

De re-integratiebeoordeling tussen de Preventieadviseur-Arbeidsgeneesheer (PA-AG), de werknemer (beoordeling) en de andere actoren (overleg), die leidt tot het Formulier Re-integratiebeoordeling (FRB).

Vervolgens het re-integratieplan, waarvoor de werkgever verantwoordelijk is. Gaat de werknemer ondanks het advies van alle andere tussenkomende partijen niet akkoord met het plan dat de werkgever heeft opgesteld, dan kan hij het steeds weigeren. Hij vermeldt dan de redenen waarom hij het plan weigert, maar dient er zich wel bewust van te zijn dat, in het geval van een beslissing C van de arbeidsgeneesheer (definitieve ongeschiktheid voor het overeengekomen werk, maar met de mogelijkheid om definitief een aangepast werk uit te voeren), zijn weigering een ontslag op grond van medische overmacht mogelijk maakt.

Welke diensten biedt het documentatiecentrum ?

Onze bibliothecarissen-documentalisten, gespecialiseerd in het domein van welzijn op het werk helpen u kosteloos bij uw documentatie- of informatieaanvraag.

Zij verstrekken u rechtstreeks de documentatie per e-mail of post, en/of verwijzen u door naar informatiebronnen en/of deskundigen.

 

 

Wat is een arbeidsmiddel?

Arbeidsmiddelen zijn alle machines, apparaten, gereedschappen en installaties die op de arbeidsplaats worden gebruikt. De werkgever is verplicht voor de veiligst mogelijke arbeidsmiddelen te kiezen. Men moet rekening houden met de gevaren van het arbeidsmiddel zelf, en ook de gevaren aanwezig in  de omgeving waarin het gebruikt wordt. Ook andere aspecten, zoals de ergonomie, moeten onderzocht worden.

Werknemers die met arbeidsmiddelen werken moeten een adequate opleiding krijgen, en over de nodige informatie (bv gebruiksaanwijzing, risico’s,…) beschikken.

Bij de aankoop van nieuwe arbeidsmiddelen moet de werkgever erover waken dat zij voldoen aan de van toepassing zijnde Europese richtlijnen (aangegeven door CE-markering). Daarnaast zijn er voor bepaalde arbeidsmiddelen specifieke bijkomende bepalingen.

Bij de aankoop van een arbeidsmiddel dient de aankoopprocedure gevolgd te worden (KB arbeidsmiddelen van 1993 art. 8).  Als werkgever stelt u samen met de IDPBW en eventueel de preventieadviseur van de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk de procedure op.

Onder arbeidsmiddel wordt verstaan:

  • Installaties
  • Machines
  • Mechanisch gereedschap
  • Handgereedschap
  • Werkuitrusting
  • Collectieve beschermingsmiddelen
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen

Een inventaris geeft een overzicht van al deze arbeidsmiddelen.